Winkelleegstand groeit mede door negeren e-commerce

Het is belangrijk dat een stad een focus ontwikkelt (winkels, toerisme, dagjesmensen, recreatie, funshoppen) en doorlopend tijd en middelen vrijmaakt ter bevordering van de beleving en aantrekkelijkheid van de stad. De moderne consument is verwend en is niet alleen maar te vangen met veel winkels. Om deze verwende consument naar de stad te krijgen zullen winkeliers via het internet met hen moeten communiceren en zal de stad een bijdrage moeten leveren om het verblijf daar te veraangenamen. Want naast kopen wil de consument er ook kunnen verblijven, iets kunnen beleven. Indien dat laatste niet goed is geregeld kan men het eerste vergeten. De stad zelf heeft bij gebrek aan beleving namelijk geen toegevoegde waarde. De consument kiest waarschijnlijk voor een andere stad die op het gebied van beleving meer te bieden heeft. Met plantenbakken aan lantaarnpalen alleen redt een stad het niet. Aantrekkelijke verblijfslocaties, parken, historische gebouwen, mooie pleinen, muziek, gratis wifi, gunstige parkeervoorzieningen, groen- en rustvoorzieningen, diverse soorten horeca en mooie looproutes dragen daarentegen wel bij.

Ook winkeliers moeten een meer actieve rol op het internet gaan spelen om extra bezoekers naar de stad te trekken. Al helemaal als de stad zelf op het gebied van beleving weinig te bieden heeft. Belangrijk is dat de stad en haar winkels de regionale / provinciale online-shopper naar zich toe weet te trekken. Helaas is dit in de meeste gevallen bij de winkeliers nog niet doorgedrongen omdat 80% van de zelfstandige winkeliers niet aan e-commerce doet en de overige 20% op internet niet vindbaar zijn.

Gemeenten geven vermogens uit om op lokaal niveau mensen te mobiliseren voor het aantrekkelijker maken van de stad. Naast de inzet van eigen ambtenaren en het city- of centrummanagement probeert men samen met lokale ondernemers te werken aan zaken als “vernieuwing”, “beleving” en “aantrekkelijkheid”. Een prima ontwikkeling omdat men de noodzaak van vernieuwen en verbeteren inziet. Maar toch! In veel gevallen is dit gedoemd te mislukken omdat lokale mensen op lokaal niveau het gewoon niet met elkaar geregeld krijgen. Het is efficiënter én goedkoper om externe deskundigen aan te trekken waarmee afspraken worden gemaakt over de te bereiken resultaten: “no cure, less pay”. Externen zijn gevrijwaard van voorkennis, hebben geen zakelijk of politiek belang en staan als partij boven de vaak aanwezige spanningen tussen retailers, horeca, gemeente, vastgoedeigenaren en het city- of centrummanagement.

De titel van deze blog wil ik onderbouwen met een zevental constateringen:

  1. Ondernemers die als pure player een webwinkel starten hebben minder kans dit te overleven dan ondernemers die naast de webwinkel een fysieke winkel hebben. Met andere woorden, de combinatie fysiek & digitaal is succesvoller dan alleen een digitaal verkoopkanaal. Click & Bricks hebben toekomst.
  2. Het totale volume aan internetverkopen stijgt jaarlijks tussen de 10 á 15%. Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waar de non-food winkelier over 6 jaar staat bij een gemiddelde stijging van de internetaankopen van 12,5% per jaar. De totale non-food aankopen in 2013 bedroegen 48 miljard euro. Hiervan heeft de consument 12 miljard euro geconsumeerd via het internet. Omgerekend is dit anno 2013 25% van de totale internetomzet. Indien de komende 5 jaar de webshops hun omzetstijgingen weten te prolongeren met plm. 12,5% per jaar, dan wordt in 2020 ruim 50% van alle aankopen via het internet gedaan.
  3. Ruim 250 webshops zijn verantwoordelijk voor 80% van de non-food omzet die op het internet wordt gerealiseerd. Denk hierbij aan Zalando.nl, Wehkamp, Bol.com, Coolblue.nl enz. Ruim 36.750 webshops zijn verantwoordelijk voor de overige 20%. Van deze maakt 30% verlies, speelt 30% quitte, maakt 25% een beetje winst en verdient 15% een modaal inkomen. Hieruit kun je een belangrijke conclusie trekken. Het is moeilijk om als zelfstandige winkelier geld te verdienen met een webshop.
  4. Ruim 70% van de consumenten die via het internet een aankoop doen, begint bij een vergelijkingssite (Beslist.nl, Vergelijk.nl, Kieskeurig.nl, Winterschoen.nl). Via deze vergelijkingssites zijn vooral de pure players, winkelketens en succesvolle zelfstandige retailers te vinden. Bijna 80% van alle zelfstandige winkeliers heeft geen webshop en zijn derhalve voor 70% van het online shoppend publiek niet vindbaar. Geen wonder dat het gros van alle aankopen naar de wel vindbare “grote webshops” gaat. (volgens het CBS/Thuiswinkelorg.nl waren er in 2013 z’n 37.000 webshops gerelateerd aan de detailhandel)
  5. Indien alle winkeliers in Nederland een eigen webshop gaan starten zouden dit er op termijn zo’n 150.000 zijn. De consument zit hier niet op te wachten. Tenminste het is bijna niet mogelijk om al deze shops een vindbare positie op het internet te geven. Via Google raadpleegt men maximaal 4 pagina’s. Op deze 4 pagina’s is ruimte voor plm. 40/50 webshops. Consumenten steken dan ook niet téveel tijd  en energie in het vergelijken met elkaar van al deze shops. Dit verklaart het succes van de vergelijkingssites.
  6. Klanten oriënteren zich steeds meer op het internet maar kopen het liefst in een fysieke winkel. Welke winkelier kent het niet! De klant die met z’n mobiel laat zien dat het product elders goedkoper is. Toch staat hij bij u in de winkel. Waarom heeft hij het product nog niet via het internet gekocht? De klant koopt nog steeds het liefst in een winkel.
  7. Een winkelier die niet op het internet vertegenwoordigd is, is voor een groot publiek niet vindbaar. Een gemiste kans! Naar mijn mening heeft het geen zin om als winkelier landelijk te gaan. De kosten die deze hiervoor moet maken om te worden gevonden op het internet  staan niet in verhouding tot de opbrengsten. De kracht van menig winkelier ligt vooral in de fysieke winkel. Belangrijk is dat zijn fysieke lokale aanwezigheid wordt uitgebreid met een digitale regionale / provinciale aanwezigheid. Daarom pleit ik voor een provinciale vergelijkingssite. Een site waar de consument kan zien wáár in de eigen regio een bepaald product wordt verkocht. Deze vergelijkingssite selecteert niet op prijs maar op afstand tussen de winkel en consument. Het is daarom van belang dat regionaal / provinciaal winkeliers zich verenigen en gaan werken aan een gezamenlijk internetplatform / vergelijkingssite / online etalage. Dit alles met behoud van de door veel winkeliers zo belangrijke zelfstandigheid.
Tot slot! De winkel zelf zal nooit verdwijnen. De creatieve, innovatieve en ondernemende winkelier zal altijd wel een oplossing vinden in te spelen op de nieuwe werkelijkheid. Wel zal deze rekening moeten houden met de zich steeds meer op het internet oriënterende consument. 80% van alle retailers loopt momenteel kansen mis omdat ze digitaal niet zijn vertegenwoordigd. Met een gezamenlijk platform voor de zelfstandige retail is dit probleem verleden tijd. Men hoeft niet direct met de gehele collectie het internet op. Man kan een en ander rustig opbouwen. Zo ervaart men wat het internet voor de winkel én de stad kan betekenen.

Blog archief