Toegevoegde waarde van de stad & het winkelcentrum!

Toegevoegde waarde
Steden als Weert, Roermond, Venlo, Venray, Sittard, Heerlen, Maastricht enz. moeten meer inzetten op een regionale, recreatieve verblijfsfunctie voor dagjesmensen én winkelbezoekers. Waarom? Winkelen alleen is niet meer de drijfveer om naar de stad te gaan. Je moet er ook gezellig kunnen vertoeven. De winkel alsook de stad zelf moet toegevoegde waarde bieden wil men de consument/bezoeker permanent aan zich binden. Temeer omdat de moderne consument 24/7 andere aankoopkanalen tot zijn beschikking heeft (de grote landelijke webshops).

Het is een kwestie van tijd en de moderne consument gaat alleen voor het hoognodige naar het winkelcentrum in de stad. Als de stad verder niets te bieden heeft is het een kwestie van “hit and run” (kopen en zo snel mogelijk de stad weer uit). Voor de stad, winkels, horeca, musea enz. een gemiste kans.
Terwijl vaak geen klant in de winkels is te ontdekken, zitten de (verwarmde) terrassen vaak overvol. M.a.w., terrassen zijn in relatieve zin  drukker bezet dan de winkelstraten. Investeren in meer winkeloppervlakte draagt hier niets aan bij (de koek moet worden verdeeld over nog meer winkeliers). Het stimuleren van en het investeren in winkels met speciale, creatieve en niche producten, horeca, wellness, toerisme en aantrekkelijke verblijfslocaties (parken, pleinen, aantrekkelijke winkelstraten) daarentegen wel.

De stad als het regionale winkelcentrum
Stadsbesturen zouden samen met aangrenzende gemeenten invulling moeten geven aan de veranderde regionale functie: de stad als het regionale winkelcentrum. Als elke gemeente blijft investeren in eigen kleine winkelcentra/winkelvoorzieningen, loopt men het risico dat het geen van allen gaat lukken. Met alle desastreuze gevolgen van dien voor de retail. Kleine gemeenten moeten niet de concurrentie aangaan met de stad. De energie en het geld dat hiervoor nodig is kan men beter besteden in het ontwikkelen en stimuleren van winkelfuncties waar inwoners hun dagelijkse boodschappen kunnen doen zoals bijvoorbeeld de supermarkt, de bakker, de groenteboer en de slager. Maar ook horeca, leisure en toerisme. Dit alles bevordert de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de kleine dorpskernen. De slag met de stedelijke winkelcentra winnen de kleinere gemeenten nooit. Sterker nog, de non-foodwinkels zouden zich juist moeten concentreren in de stedelijke winkelcentra. De combinatie van clicks & bricks moet ervoor zorgen dat op termijn de retailer weer een bestaansrecht heeft. Het teveel aan winkels in combinatie met de opkomst van de webshops treft veel retailers is hun bestaansrecht.

Concurrentie
Steden moeten de concurrentie met andere stedelijke winkelcentra niet uit de weg gaan. Concurrentie leidt uiteindelijk tot ontwikkeling en innovatie. De consument is alleen bereid naar de stad te gaan en hiervoor kosten te maken (brandstof, parkeergeld enz.) als de stad zelf positieve belevingswaarde aan het bezoek toevoegt. Zo niet, dan wordt het product via een webshop aangekocht of de bezoeker doet alleen de hoognodige aankopen om vervolgens weer snel naar huis te gaan. Steden als Roermond en Maastricht hebben dit het best begrepen. Daar komen duizenden dagjesmensen die in eerste instantie gaan voor de gezelligheid en aantrekkelijkheid van de stad en zich vervolgens laten verleiden om toch een paar aankopen te doen.
Een stad die de retailer niet faciliteert op het gebied van beleving en aantrekkelijke verblijfslocaties, loopt leeg en ziet de bezoekersaantallen vanzelf teruglopen. De stad moet het waard zijn om bezocht te worden:

“Weinig aantrekkelijk, minder bezoekers! Minder bezoekers, weiniger winkels!”.

Blog archief