Detailhandel versus Gemeenten

Men kan niet met elkaar, maar ook niet zonder elkaar. Feitelijk zijn ze veroordeeld tot elkaar, zelfs afhankelijk van elkaar. Gemeenten in die zin dat deze behoren zorg te dragen voor de ontwikkeling van een mooi en goed bereikbaar winkelcentrum met een goed voorzieningenniveau en voldoende parkeerfaciliteiten. De detailhandel op haar beurt draagt zorg voor mooie, aantrekkelijke winkels met een op het publiek afgestemd productaanbod. Denk hierbij aan food, non-food en diensten. Deze combinatie zorgt ervoor dat een stad leefbaarder en aantrekkelijker wordt. Een win-win situatie voor de gemeente, de detailhandel, de inwoners en de bezoekers van de stad.

Toch is er altijd een spanningsveld tussen beide partijen. Er is gewoon een grote afstand tussen ambtenaren en bestuurders die te maken hebben met wet- en regelgeving en de “vrije” ondernemers die dit alles maar lastig vinden. Wet- en regelgeving naast de starheid van het ambtelijk apparaat wordt ervaren als een belemmering in de ontwikkeling die een ondernemer of ondernemersvereniging (winkelcentrum) wil maken.

Helaas moet ook gezegd worden dat de detailhandel terugvalt in een soort van gemakzucht waar het gaat om zaken die ze zelf graag willen ontwikkelen, maar als het erop aankomt de uitvoering ervan op het bord van de gemeente leggen. Ik omschrijf het maar als volgt: de detailhandel wil wel de lusten maar niet de lasten waar het gaat om het creëren van kwaliteit waarmee men de concurrentie kan aangaan met de pure players (superwebshops) én gelijktijdig meer consumenten naar de winkelcentra trekken. Voordat men naar andere collega-ondernemers kijkt doet men al een beroep op het gemeentebestuur om e.e.a. geregeld te krijgen. Men kijkt niet verder dan de eigen etalage of de eigen winkelstraat. Men heeft geen oog voor het grote geheel. Feitelijk een brevet van onvermogen omdat de detailhandel niet in staat is om samen zaken op te pakken.

Onlangs publiceerde Cor Molenaar het volgende:
Gemeentes hebben zelden een gevoel bij de winkels of ondernemers. Naarstig heb ik documenten nageplozen over de taakstelling van een gemeente, een wethouder of een burgemeester. Ik kwam niets tegen over de eis om voor een adequaat winkelaanbod te zorgen, om te zorgen voor leefbaarheid door een goed voorzieningen niveau van winkels. Wel veel over woningen, verkeer, onderwijs en veiligheid en vooral veel over het uitvoeren en toezien op de naleving van wetten, regels en ketenbeheersing. Ondertussen verdwijnen winkels omdat klanten elders kopen of op internet kopen. Eigen winkeliers worden niet geholpen met simpele dingen als een leuke winkelstraat, straat aankleding, verlichting, versiering, gratis parkeren (2 uur bijvoorbeeld) of andere dingen die inwoners leuk vinden. Vaak is een nieuw gemeentehuis belangrijker dan een leuke winkelstraat. Hulde aan de gemeentes, die er gelukkig ook zijn, die wel partner zijn van winkeliers.

Winkels concentreren in stedelijk gebied
In Limburg (maar dit geldt overigens voor alle provincies) zijn in 33 gemeenten honderden ambtenaren, citymanagement, BIZ en overige gesubsidieerde organisaties en instellingen actief ter ondersteuning van de detailhandel. Ondanks goede en oprechte bedoelingen worden zelden successen geboekt die alle partijen tevreden stellen. Terwijl er toch miljoenen euro’s worden besteed om te komen tot iets. Er wordt té weinig resultaatgericht gewerkt, geen rekening gehouden met de realiteit van de dag en wordt er nauwelijks gecommuniceerd / geëvalueerd over de wijze waarop plannen zijn uitgevoerd en de resultaten ervan. Hierdoor worden initiatieven in stand gehouden die hebben bewezen niets toe te voegen aan de samenwerking tussen gemeenten en de detailhandel (enkele uitzonderingen daargelaten). Bovendien blijven gemeenten lokaal opereren terwijl men juist in dit internettijdperk over de grens van de gemeente heen moet kijken. Zelf ben ik er voorstander van om zoveel mogelijk non-food winkels te concentreren in het stedelijke gebied. Om dit te realiseren moeten gemeenten samenwerken om het voorzieningenniveau en het vestigingsklimaat voor de detailhandel te verbeteren. Daarnaast dienen regionale/provinciale initiatieven op het gebied van e-commerce, logistiek en fulfilment meer aandacht te krijgen. Uiteindelijk ligt daar de toekomst van de detailhandel. Gemeenten met uitsluitend dorpskernen moeten zich meer gaan toeleggen op zorg, toerisme en leisure. Met betrekking tot het winkelbeleid zou men zich meer moeten richten op de stad. Het ontwikkelen van kleine winkelcentra in grotere dorpskernen is feitelijk weggegooid geld. Er zijn nu al teveel winkels. Terwijl de consument minder consumeert in fysieke winkels is het beleid van gemeenten er op gericht het aantal vierkante winkelmeters te laten groeien. Steeds meer winkeliers vissen in dezelfde vijver. Een andere ontwikkeling is dat vanwege de onlineomzet steeds meer bekende winkelketens hun winkels in de grotere dorpskernen sluiten. Gemeenten kunnen beter hun geld investeren in een voorzieningenniveau waar een dorp daadwerkelijk iets aan heeft. Denk hierbij een voorzieningen voor de dagelijkse boodschappen. Nu zijn er al dorpen waar geen bakker, slager of super te vinden is.

Blog archief