Innovatiebereidheid Nederlands centrum- en citymanagement op laag pitje.

Naar mijn menig zijn de belangrijkste taken van het Nederlands centrum- en citymanagement dat ze voorwaardenscheppend, toekomstgericht en faciliterend zijn. Met de uitvoering van deze taken levert men samen met de ondernemers een belangrijke bijdrage aan het creëren van leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het stads- en dorpscentrum en brengen ze meer samenhang tussen de retail en horeca (de nieuwe winkelstraat).
Echter, het tegendeel ontwikkelt zich. Veel besturen van het centrum- en citymanagement bestaan uit niet-ondernemers in combinatie met voormalig en vaak oudere ondernemers die te weinig voeling hebben met de huidige ontwikkelingen. Binnen de besturen is meer dan eens een tweestrijd gaande tussen de jonge en oudere afgevaardigden: conservatief contra liberaal/progressief. Veel beslissers gaan nog uit van marketingmodellen die passen in de oude economie. Modellen waarmee men nu geen deuk meer slaat in een pakje boter. Ze durven nauwelijks “out of the box” te denken omdat ze dat gewoon niet kunnen. Menig beslisser gaat derhalve uit van de eigen kennis met betrekking tot internet, e-commerce, toegevoegde waarde en onderscheidend vermogen. Men werkt hierdoor niet constructief mee aan een effectieve toekomstgerichte oplossing voor het veranderde koopgedrag van de consument. 
 
Men staat erbij en kijkt ernaar! Men anticipeert niet adequaat waardoor men zich laat gijzelen door de ontwikkelingen van nu. Tegen beter weten in neemt men niet de beslissingen die men zou moeten nemen. Men durft de ondernemer niet uit te dagen en blijft vooral onwelwillende en behoudende ondernemers ondersteunen ten koste van ondernemers die graag een volgende stap willen maken. Deze laatste groep is namelijk kleiner dan de groep behoudende ondernemers. Menig centrum wil vooruit, maar richt zich uitsluitend op het kennisniveau van de passieve ondernemer. Men heeft alleen maar oog voor wat ondernemers kunnen en wat ze doen, in plaats van wat ondernemers zouden moeten doen. Passieve ondernemers voegen niets toe aan nieuwe ontwikkelingen en verdienen het niet om er rekening mee te houden. Deze groep houdt vooral de vooruitstrevende, toekomstgerichte ondernemers op en zijn verantwoordelijk voor veel winkelleegstand. Het centrummanagement moet zich daarom ook meer richten op de groep die de volgende stap wil maken. Ook al is deze groep nog zo klein. Uiteindelijk zullen ook de andere ondernemers volgen. Alleen dán kan men veranderingen teweegbrengen.  
 
Helaas leert de praktijk dat menig beslisser het niet aandurft om effectief en met een beetje durf in te spelen op de ontwikkelingen die momenteel gaande zijn. Ze staan derhalve niet echt open voor de vele initiatieven die de markt te bieden heeft. En als men er voor openstaat, richt men zich in de besluitvorming op de grote groep ondernemers die niet weten welke richting ze op willen. In plaats van de ondernemers te prikkelen geven de beslissers toe aan het karige kennisniveau van de gemiddelde ondernemer. Juist het ontbreken van kennis en de bereidheid hier iets aan te doen breekt deze ondernemers op. Ze kiezen voor de meest gemakkelijke weg. Namelijk niets doen en niet investeren in kansen en mogelijkheden. Menig ondernemer plaatst zichzelf in een wachtstand en verwacht vooral dat het city/centrummanagement, gemeenten en vastgoedeigenaren met oplossingen komen. Heel dubbel overigens omdat ondernemers ondernemer zijn geworden omdat ze niet afhankelijk willen zijn van derden en altijd zélf het heft in eigen hand willen nemen. 
 
Echter, met de huidige ontwikkelingen weet menig ondernemer zich geen raad. In plaats van zelf verantwoordelijkheid te nemen wil men dat derden de hete kolen uit het vuur halen. Zelf gezamenlijk aan een oplossing werken en zich richten op de huidige ontwikkelingen en het veranderde consumentengedrag is voor velen blijkbaar een brug te ver. Juist vanwege deze ontwikkelingen moet het centrum- en citymanagement, maar ook de ondernemersverenigingen, een voortrekkersrol nemen. Een rol die slechts weinigen naar zich toe durven te trekken. Als men al iets doet kiest men vaak voor kostbare instrumenten waarmee men de consument probeert te prikkelen. Denk hierbij aan bloembakken, hangplanten, verlichting of het ontwikkelen van lokale, voor de consument oninteressante niets toevoegende statische en “platte” citywebsite.  Inmiddels zijn in Nederland al tienduizenden van deze websites en app’s in omloop waar geen consument naar omkijkt. Miljoenen euro's zijn hierdoor in de prullenbak beland.
 
Ik zou de beslissers van nu willen adviseren om "out of the box" te denken. Durf dingen anders te doen! Ben vooruitstrevend! Onderschat de ondernemer van nu niet. Richt je op de kleine groep ondernemers die willen veranderen. Met de juiste ondersteuning zijn deze tot veel in staat. Toegeven aan de zwakheden van de grootste groep lost niets op. Werken aan vooruitgang, echt werken aan de toekomst is de enige oplossing om de huidige werkelijkheid het hoofd te bieden. Het bedrijven van struisvogelpolitiek is killing voor de middenstand en daarmee de leefbaarheid en aantrekkelijk van menig dorps- en stadscentrum. Maak werk van interactieve en local based internetplatforms. Overtuig de ondernemer van toegevoegde waarde en onderscheidend vermogen. Creëer voorwaarden waardoor de ondernemer weer kan ondernemen en een vuist kan maken tegen de pure players en de internationale winkelketens.
 
Frans Lalieu
Retaildeskundige / Spreker

Blog archief